De laatste jaren zijn er nieuwe middelen tegen Alzheimer ontwikkeld. Nu blijkt dat die voor de meeste mensen niet geschikt zijn. Toch spreken wetenschappers van ‘een hoopvolle ontwikkeling’.
De nieuwe middelen ruimen het eiwit amyloïde op in de hersenen, een beetje als een stofzuiger. Want juist de ophoping van deze eiwitten zorgen waarschijnlijk deels voor Alzheimer. Iedereen heeft het eiwit, maar bij Alzheimer stapelen ze zich op in het brein.
Slechts voor 15% geschikt
Een ERGO-studie van het Erasmus MC wijst nu uit dat het medicijn voor de meeste mensen niet geschikt is. Doel was om te bekijken welke van de 968 deelnemers aan het onderzoek in aanmerking kwamen voor de nieuwe medicijnen tegen Alzheimer. Hiervoor keken ze naar 3 onderzoeken, naar de geneesmiddelen aducanumab, lecanemab en donanemab. Wat bleek: minder dan 15 procent was geschikt.
Dit ligt dus niet zozeer aan het medicijn zelf, maar vooral aan de strenge voorwaarden die gesteld worden aan mensen die al dan niet deze geneesmiddelen toegediend krijgen. Mensen met hart- en vaatziekten zijn bijvoorbeeld al uitgesloten, en die komen veel voor. Zo heeft 1 op de 5 mensen al vaatschade in de hersenen.
Toch zijn die voorwaarden er niet voor niets. Want bij 30 tot 40 procent van de mensen die de alzheimermedicatie gebruiken, zijn later afwijkingen in de hersenscan te zien: bloedinkjes of zwellingen in de hersenen. Dus logisch dat mensen met bestaande hersenschade afvallen.
Te weinig bewijs voor effectiviteit
Mede doordat er zo weinig mensen de medicijnen kunnen testen, is er nu ook te weinig bewijs dat ze überhaupt effectief zijn tegen Alzheimer. Én of de medicijnen veilig te gebruiken zijn.
Wat de werking betreft: bekend is dat de medicijnen hun werk doen. Dus ze ruimen inderdaad het eiwit op. Maar het effect valt tegen: het werkt niet heel sterk om Alzheimer te vertragen, zo blijkt uit opvolgonderzoek na anderhalf jaar.
Daarbij komt dat de behandeling in z’n geheel behoorlijk ingrijpend is: 18 maanden lang krijgen patiënten 1 of 2 keer per maand het medicijnen toegediend via een infuus, in het ziekenhuis. Soms kregen ze daarbij ook een hersenscan, en vooraf nog een PET-scan of ruggenprik. Dat laatste wordt gedaan om de hoeveelheid eiwit in het hersenvocht te meten.
Artsen tóch hoopvol
Waarom zijn artsen dan – ondanks al het bovenstaande – zo hoopvol over de nieuwe middelen tegen Alzheimer? Vooral omdat ze dankzij al deze onderzoeken veel meer leren over de ziekte. Ja, de medicijnen werken slechts voor enkele mensen. Maar wetenschappelijk gezien is ook dit vooruitgang om op verder te bouwen.
In Nederland zijn deze Alzheimermiddelen nog niet beschikbaar. Er moet nog een besluit genomen worden door de EMA en het Zorginstituut Nederland.
Heeft of krijgt u te maken met Alzheimer/dementie?
Weet dan dat u via particuliere thuiszorg altijd op de hulp kunt rekenen die nodig is.